dinsdag 30 september 2008

Gerry Rafferty - Baker Street




Gerry Rafferty - Baker Street

Er zijn van die songs die zo vertrouwd zijn, dat je er gewoon niet meer naar luistert: 'Hotel California', 'Stairway To Heaven', 'Like A Rolling Stone', 'Hey Jude'… klassiekers. Wie er heeft er behoefte aan om ze voor de zoveelste keer te horen?
En toch, meestal is er wel een reden waarom zo een song is uitgegroeid tot een deel van ons collectieve bewustzijn.

Neem nu 'Baker Street' van Gerry Rafferty. Die folksong met een instant herkenbare intro en tweevoudige gitaar- en saxofoonsolo's. Iedereen kent 'm wel. Je kunt ongetwijfeld grote lappen tekst meezingen, maar wat is het refrein?
En heb je ook enig idee waar het over gaat?

Zelfs met de lyrics erbij wordt je nog niet veel wijzer.

Windin' your way down on Baker Street
Light in your head and dead on your feet
Well another crazy day
You'll drink the night away
And forget about everything
This city desert makes you feel so cold.
It's got so many people but it's got no soul
And it's taking you so long
To find out you were wrong
When you thought it had everything

You used to think that it was so easy
You used to say that it was so easy
But you're tryin'
You're tryin' now
Another year and then you'll be happy
Just one more year and then you'll be happy
But you're cryin'
You're cryin' now

Way down the street there's a lad in his place
He opens the door he's got that look on his face
And he asks you where you've been
You tell him who you've seen
And you talk about anything
He's got this dream about buyin' some land
He's gonna give up the booze and the one night stands
And then he'll settle down there's a quiet little town
And forget about everything

But you know he'll always keep movin'
You know he's never gonna stop movin
Cus he's rollin'
He's the rollin' stone

And when you wake up it's a new mornin'
The sun is shinin' it's a new morning
You're goin'
You're goin' home.

Wanneert je de song gaat ontleden merk je pas hoe onconventioneel de structuur ervan is. De twee strofen hebben een ongelijk aantal regels en er is inderdaad helemaal geen refrein. En die dubbele solo is ook erg ongewoon.


He's gonna give up the booze …

Het tragische van de song is de centrale zin: "He's gonna give up the booze and the one night stand."
Dat is hem blijkbaar nooit gelukt.

Gerry Rafferty is namelijk een tijdje geleden verdwenen. "Dat is ie al lang," merkt de grapjas in u op. En u hebt gelijk. Maar toch.

Donderdag 17 juli van dit jaar boekte hij een kamer in het luxueuze vijf sterren hotel Westbury, in Mayfair - hartje Londen. Onmiddellijk trok hij naar de bar waar hij de ene whiskyfles na de andere achterover sloeg.
De volgende dag werd hem de toegang tot de bar verder ontzegd. Daarop sloot hij zich op in zijn kamer.

Pas op maandag kwam hij zijn kamer terug uit… op zoek naar een pub. Het poetspersoneel wou van de gelegenheid gebruik maken om zijn kamer in orde te brengen. Die bleek niet alleen bezaaid met de lege flessen van de mini-bar. Erger was dat er overal plassen urine en vlekken bloed waren. Het bed, het tapijt, zelfs de gordijnen en het behang…alles was besmeurd.

Bij zijn terugkeer werd hem de verdere toegang ontzegd. De directie vreesde dat de Schot zich wel eens dood zou kunnen drinken.
“Hij was niet onbeleefd," verklaart een woordvoerder, haast verontschuldigend: "hij heeft niets opzettelijk vernield of zo. In feite was hij zeer voorkomend, maar de schade was puur het gevolg van incontinentie. Het is intriest dat hij een alcoholicus is en zichzelf zo ten gronde richt.”

Gerry Rafferty heeft blijkbaar al jaren last van lichamelijke problemen, als gevolg van zijn alcoholverslaving.

Hij verklaarde zich akkoord om zich naar een ziekenhuis te laten brengen om er te worden behandeld en om af te kicken. Maar op 1 augustus bleek zijn bed leeg. Hij was verdwenen, zonder iets mee te nemen. Sindsdien is hij spoorloos. Ook zijn familie heeft niets meer van hem gehoord en de poltie noemt de verdwijning "onrustwekkend".


Voor 'Baker Street'

Gerald werd in 1947 geboren in Paisley, Schotland. Van zijn Schotse moeder kreeg hij de liefde mee voor Schotse en Ierse folksongs en van zijn dove Ierse vader erfde hij… grote dorst.
Na het overlijden van zijn vader, moest hij, op zijn zestiende, gaan werken. The Beatles en Bob Dylan brachten hem aan het dromen over een eigen carrière als zanger. Hij zat in allerlei bandjes of probeerde wat bij te verdienen als straatzanger.

Wanneer het folkrock duo The Humblebumbs kwam optreden in Paisley, raapte hij zijn moed bij elkaar en stapte op de mannen af. De zanger, Billy Conolly was onder de indruk van de zelfgeschreven songs die Rafferty hem voorspeelde. Na enig overleg met zijn kompaan, de bluesgrassgitarist Tam Harvey, mocht de jonge Gerry voortaan meedoen.

Het trio deed het erg goed in het circuit van de clubs en de pubs. Conolly wist met zijn grappige bindteksten het rumoerige publiek stil te krijgen waardoor ze ook meer aandacht hadden voor Rafferty's liedjes.

Tam Harvey kreeg er genoeg van en besloot niet mee te verhuizen naar Londen, waar ze een doorbraak willen forceren. Als duo maakten ze twee LP's voor het onafhankelijke platenlabel Transatlantic Records. Hoewel de kritieken goed waren, bleef het grote succes uit. In 1970 besloten ze elk hun eigen weg te gaan. Connolly's grappige introducties waren in de loop van de jaren steeds langer geworden. Hij besloot het te wagen als stand-up comedian. Rafferty werkte het contract met de platenmaatschappij af, met een zelf gefinancierde solo plaat: Can I Have My Money Back.
Met de ironische titel drukte hij de hoop uit dat hij er zijn investering terug uit kon halen. Maar het is twijfelachtig of hem dat is gelukt want opnieuw leken alleen de critici de melodieuze folk-pop plaat te smaken.

Tijdens de opnamen werkte hij niet alleen voor het eerst samen met producer Hugh Murphy, maar ook met een oude schoolkameraad Joe Egan.

Met die laatste vormde hij een nieuwe groep: Stealers Wheel. Na enkele geflopte singles braken ze plots op grote schaal door met 'Stuck in the Middle'. De single bereikte in 1973 de top tien aan beide kanten van de oceaan. Even werden ze genoemd als de opvolgers van de Beatles, met Rafferty in de rol van de melodieuze McCartney.
Maar Rafferty weigerde het spel mee te spelen en te gaan touren in Amerika.
Daardoor deden zowel de debuut-lp, geproducet door het legendarische duo Leiber & Stoller; als de volgende singles het slechts redelijk. Nochtans lagen zowel 'Late again' als 'Star' goed in het gehoor.

Na de tweede LP kwamen artistieke en persoonlijke meningsverschillen bovendrijven. Alle andere groepsleden stapten op. Rafferty en Egan raakten het niet eens of ze de anderen moesten vervangen of als duo verder werken. Rafferty stapte zelfs even uit de band. De opnamen van een derde plaat liepen daardoor een enorme vertraging op. Wanneer Right Or Wrong eindelijk verscheen bleef er niemand meer over om de plaat te promoten.

De platenmaatschappij wou echter niet weten van een split. Er kwamen advocaten aan te pas. Contractuele bepalingen verboden Rafferty en Egan om nieuwe opnamen te maken. Rafferty keerde terug naar Schotland.


City To City

Omwille van zakelijke besprekingen moest hij regelmatig de lange treinrit van Edinburgh naar Londen uitzitten. In de Britse hoofdstad verbleef hij dan vaak bij een vriend in Baker Street.

Terwijl hij zich vroeger had thuis gevoeld in Londen kwam de stad hem nu koud en veel te druk over. Een straatzanger herinnerde hem aan zijn vroegere ik, toen hij nog vol hoop en ambities was. Het leek toen allemaal zo eenvoudig. Maar nu praat hij zichzelf moed in: "Hou het nog een jaar vol en dan ben je er."
Zijn vriend vangt hem op, vraagt hem hoe het is geweest. Maar hij geeft slechts vage antwoorden. Maakt dwaze beloftes: hij zal stoppen met drinken en rotzooien. Misschien zich ergens vestigen en alles achter zich laten. Tegelijk weet hij dat hij dat nooit kan waarmaken: hij zal altijd rusteloos blijven.
In de trein op de terugweg naar Edinburgh maakt hij het nummer af.

Pas in 1977, na drie jaar touwtrekken, raakten de zakelijke beslommeringen uitgeklaard en mag hij terug aan het werk. Op basis van een demo met een zestal songs kreeg hij een nieuw contract bij United Artists.
"Ik wist dat ik een stel goede nummers had geschreven en daarom riep ik Hugh Murphy (de producer van zijn eerste solo-lp) er bij en we gingen opnemen in Chipping Norton. Ik herinner mij dat ik verwachtte dat er van City to City hoogstens 50 000 exemplaren zouden verkocht raken." Het zouden er vijfeneen half miljoen worden.

Murphy en Rafferty verzamelden een groepje bevriende muzikanten om zich heen: drummer Henry Spinetti en bassist Gary Taylor, Tommy Eyre op toetsen en Nigel Jenkins op elektrische slaggitaar.

Voor enkele tracks werd beroep gedaan op gastmuzikanten, zoals gitarist Hugh Burns. "Ik was in die op tournee met Jack Bruce," vertelde Burns in 2002, "dus speelde ik toen in een wat hardere rock blues stijl, die goed paste bij die songs.
Gerry bekeek de songs op verschillende manieren voor hij zich toelegde op het uiteindelijke arrangement. Het was een goede les voor mij om te zien hoeveel zorg er werd besteed om het gewenste resultaat te krijgen.
Het was fijn werken met Hugh Murphy omdat hij een sfeer wist te scheppen waarbij je je op je gemak voelde en op je best kon presteren."
"'Baker Street' was een van de eerste nummers waarop ik meespeelde voor die plaat, "gaat Burns verder. "Het is het geluid van de solo is een Les Paul [gitaar] door een Music man en een Fender versterker. Later deed ik nog 'Right down the line', 'Waiting for the day' en 'Stealin time' - allemaal fantastische songs."

De saxsolo die zo kenmerkend is voor de song, maakte geen deel uit van het oorspronkelijke opzet.
Rafferty wist wel dat er een instrumentaal middenstuk moest komen, maar had geen bepaald instrument in gedachte. Hij probeerde het eerst al neuriend. Daarna werd het op elektrische gitaar uitgeprobeerd. Maar dat was allemaal niet krachtig genoeg. Hugh Murphy stelde voor het op saxofoon te proberen.

Pete Zorn was de eerste keuze. Maar die had zijn lip bezeerd en kon niet spelen. Hij somde wat andere namen op, waarvan de ongewone naam van Raphael Ravenscroft het meest opviel.
Voor de totaal onbekende Ravenscroft werd het zijn afspraak met de geschiedenis: de lange, snerpende uithalen op zijn oude, versleten sexofoon waren perfect voor de song. Achteraf werd hij veel gevraagd door grote namen als Marvin Gaye, ABBA en Pink Floyd.
De riff werd zo kenmerkend dat Ravnscroft jaren later, in interviews, nog wel eens durfde te protesteren dat hij niet mocht meedelen in de auteursrechten.
Rafferty houdt echter vol: "Het was mijn lijn, ik zong het hem voor."
Waarop Ravenscroft dan weer reageert met: "Het was voor het merendeel gewoon een oude blues riff.”

De song is een meesterwerk in pop productie. Met Rafferty's McCartney-achtige zang, een prachtige melodie, gecombineerd met een ongrijpbare tekst. De backing wordt gevormd door een stuwende bas, accenten van celeste en toetsen, en dan telkens opnieuw die sax, die opduikt van achter stevige elektrische gitaren. Zelfs te midden van het punkgeweld slaagde het gesofistikeerde nummer er in om zijn plaatsje op de radio op te eisen. In Engeland strandde het nummer op een derde plaats.

Voor Amerika werd de single stevig ingekort: van 6:01 tot 4:08. En bovendien ook nog eens ietsje versneld. Het resultaat was een top 2 notering.

De LP City To City bereikte wel aan beide zijden van de oceaan de top.


De lange nasleep

Rafferty zelf was niet zo opgezet met die hitstatus: "Ik was blij dat er aandacht was voor de LP. Dat deed mij veel meer plezier dan het succes van de single. Volgens mij staan er sterkere song op de plaat dan 'Baker Street'... anderzijds heeft het een interessante muzikale constructie en dan ook natuurlijk die sax lijn."

Laat u niet verblinden door de prachtige verzorgde productie van Rafferty's platen. De man droeg op het hoogtepunt van zijn roem een button met de waarschuwing "DANGEROUS TIMES AHEAD". En aan Rolling Stone onthulde hij in 1978 dat de rode draad door zijn platen "alienation" is.

Hij weigerde opnieuw om in Amerika op tournee te gaan en beloofde dat er op de volgende LP's geen hitsingles meer zouden staan. En inderdaad, hoewel nog steeds uitstekend, haalden de opvolgers, Night Owl (1979) en Snakes And Ladders (1980) niet meer die topstatus. Hoewel Night Owl nog zo'n - 2,5 miljoen keer van eigenaar veranderde.

Rafferty besteedde zijn tijd en geld liever om de carrière van Richard Thompson terug op het goede spoor te zetten. Zie het verhaal achter diens Shoot Out the Lights (http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/category/1180614/1/Richard+Thompson)

Begin jaren tachtig werd United Artists verkocht aan EMI en Rafferty werd een van de velen in de grote poel artiesten van die grote platenmaatschappij. Hij haalde nog wel een hit als producer van Letter To America van the Proclaimers in 1987, maar zijn eigen platen gingen onopgemerkt voorbij.

Dat kom hem echter niet veel schelen. 'Baker Street' alleen al brengt jaarlijks zo'n tachtigduizend pond binnen. Met dat geld bouwde hij een eigen studio in Kent, waar hij Sleepwalking (1983) - de naam zegt het al - opnam. Daarna hield hij de muziekbusiness voor bekeken. "Ik kwam tot het besef dat ik de wereld had afgereisd en niets had gezien. Het viel me niet moeilijk om alles achter me te laten. Wat ik in de toekomst doe zal op mijn voorwaarden zijn en op mijn tempo."
Eerst trok hij met zijn gezin een jaar naar Italië en daarna na hij hen op sleeptouw kris-kras door de Verenigde Staten.

Maar begin jaren negentig ging het goed fout: zijn vrouw verliet hem en hij kroop in zijn schulp. Nergens leek hij lang te kunnen blijven. De drankduivel, die altijd al prominent in zijn leven aanwezig was geweest kreeg de overhand: hij werd dik en paranoïde. Verschillende keren moest hij worden gehospitaliseerd en bracht lange periodes door in ontwenningsklinieken.

Vele van zijn songs geven hints van zijn gevecht tegen de alcohol. Op Night Owl klinkt het nog: "I should know better, but I can't say no," en op Snakes and Ladders "I'm leavin' the good life behind, too much of nothing every day."

Het lijkt er op dat hij de strijd heeft verloren.


Maar als eerbetoon, nu, nog één keer allemaal samen: "du-didi-dududuuuuuuuu"

4 opmerkingen:

martin pulaski zei

Wow, mooi en droef artikel. Ik had Gerry Rafferty in de jaren '80, vanwege te commercieel de rug toegekeerd. (Ik was sterk beïnvloed door de achteraf bekeken valse punkideologie). Maar Can I Have My Money Back draai ik nog veel, evenals de eerste en de tweede Stealer's Wheel. Mary Skeffington en Steamboat Row vind ik prachtig, en zeker nog een heleboel songs waar ik nu niet op kan komen.

Ik wist niet dat het zo erg gesteld was met Gerry Rafferty. Hopelijk duikt hij toch nog op.

Mie zei

Can I Have My Money Back? Actueler kan niet !

Listen to the lies from the politician man
Saying that we live in a democratic land
One land for the rich, another for the poor
And if you try to change it, they'll nail you to the floor.

Weer een interessante geschiedenis(les).


PSSST! Ik denk dat hij Steve Fossett is tegen gekomen.

Mie zei

Peerke, het kan dus nog actueler:
Steve Fossett is BIJNA gevonden, wie weet...en ons geld is BIJNA gered!

Paul zei

Mooi stuk! En nu, 5 januari 2010 een mooie epithaaf!

Een groot muzikaal genie is heengegaan. Ik heb je stuk overigens gelinked:
http://www.sodeknetter.nl/gerry-rafferty-gestopt-met-roken/