vrijdag 17 april 2009

Together Through Life

Wat weten we inmiddels echt van de nieuwe cd van Bob Dylan?

De Franse regisseur Oliver Dahan vroeg Dylan in de vroege herfst van vorige jaar om een song voor zijnn nieuwe film My Own Love Song.

Die was nog niet begonnen met draaien: de opnamen zouden beginnen in oktober in Kansas en Louisiana en aflopen begin december. Het zou gaan om een road-movie, een " melodrama flirtend met een komedie". Het script is van Kristin Gore en gaat over twee vrienden, een voormalige zanger die in een rolstoet zit en een brandweerman die een ongeluk heeft gehad. Samen trekken ze door het zuiden van de Verenigde Staten. Hoofdrollen zijn er voor Renée Zellweger en Forest Whitaker.

Dylan was blijkbaar gecharmeerd door zijn vorige film: La vie en rose, over de Franse zangeres Edith Piaf. Op zoek naar inspiratie ging hij te rade bij Robert Hunter, tekstschrijver van onder ander The Grateful Dead. Dat deed hij twintig jaar eerder ook al voor een aantal nummer op Down In the Groove. Toen werd er gewerkt met overschotjes - 'The Ugliest Girl In The World' is niet bepaald een hoogtepunt in het oeuvre van onze held.

Naast zijn tourband deed Dylan beroep op een aantal gastmuzikanten. Van twee daarvan zijn de namen gekend: Mike Campbell van de Heartbreakers en David Hidalgo van Los Lobos.

'Life Is Hard' werd opgenomen in een studio in Californië. Dat ging vrij vlot en Dylan besloot de samenwerking verder te zetten.

In oktober 2008 werden de opnamen verder gezet met dezelfde mensen. Net als op zijn vorige platen nam Dylan - nog steeds onder het pseudoniem Jack Frost - de productie weer zelf in handen. David Bianco stond in voor de opname, samen met Bil Lane en Rich Tosi. Er waren ook nog twee geluidstechnici die uitsluitend werken met Pro Tools: David Spreng en Rafael Serrano.

Binnen de kortste keren hadden zij een dozijn nummers op band staan: genoeg songs voor een hele plaat. Er moest trouwens ook snel worden gewerkt, want op 23 oktober stond alweer de volgende tournee gepland.


In januari werden van de dertien tracks er tien geselecteerd - waaronder ook het nummer voor de soundtrack.
David Bianco is ook verantwoordelijk voor het mixen en het masteren gebeurd door Eddy Schreyer.


Ondertussen begon de buitenwereld de eerste geruchten op te vangen. Dylanbiograaf Michael Gray melde op 22 januari op zijn blog dat Dylan een nieuwe LP zou klaar hebben. Er was toen nog sprake van dat de plaat in het najaar zou worden uitgebracht.

De volgende weken gonsde het internet van de geruchten over de nieuwe cd. Sommigen voelden zich even interessant door allerlei verzonnen informatie de wereld in te sturen: songtitels, onderwerpen en de titel van de plaat.
Zij staafden hun onzin met "inside informatie". Dylans manager, Jeff Rosen, zou de plaat naar Europa hebben gebracht voor luistersessies in Londen, Munchen en Oslo. Die sessies waren vooral bedoeld voor de marketingafdeling van Sony, maar er werden ook al enkele vertegenwoordigers van de belangrijkste muziekbladen uitgenodigd.

Terwijl er nog steeds druk werd gespeculeerd of er echt sprake zou zijn van een nieuwe plaat kwam de muziekpers half maart met de eerste voorafbesprekingen.
Rolling Stone had het over "struggling-love songs" en een "life in the studio gevoel" met een prominente plaats voor de accordeon. De plaat zou heel anders klinken dan Modern Times.
Allan Jones van Uncut hoorde een mengeling van Dylans geliefde Chicago blues en een 'loping border country feel". Hij hoorde thema's als sterfelijkheid, verloren liefde, rouw, het verglijden van de tijd, herinneringen, dagen die voorbijgaan en lange nachten. Michael Simmons van Mojo was het meest concreet. Hij had zeven nummers mogen beluisteren en stelde onomwonden: "Wat ook de naam van de plaat zal zijn, het wordt zeker een van de beste van het jaar."

Op 16 maart kwam het verlossende woord: de officiële aankondiging van Together Through Life.
Op Dylan's eigen website werd een eerste deel gepubliceerd van “Conversation with Bill Flanagan”, een interview in vijf delen. Wanneer Flanagan daarin suggereert dat er de nieuwe plaat klinkt als oude Chess of Sun platen, antwoordt Dylan dat dat te wijten is aan "de wijze waarop de instrumenten werden bespeeld (…) Ik hou van de sfeer van die platen - de intensiteit."
Hij bevestigd dat het allemaal begonnen is met een nummer op vraag van de regisseur Olivier Dahan en "daarna ging de rest van de plaat gewoon zijn eigen weg."
Verder geeft hij veelal antwoorden op zijn eigen onnavolgbare manier: mysterieus en ontwijkend.

Terwijl de Europese tournee langzaam aan op volle sterkte kwam, kwam meer informatie doorgesijpeld.
Op 30 maart werd een eerste track, 'Beyond Here Lies Nothin'' één dag lang beschikbaar gesteld als gratis download, op Dylans eigen website. Een week later volgde een tweede en laatste track via The Times Online: 'I Feel A Change Comin' On'.

Op 12 april dook een vage foto van een Poolse promo-cd op, waarop de credits voor 'Beyond There Lies Nothing' staan aangeven als "(Bob Dylan, Robert Hunter)". Drie dagen later bevestigde een vertegenwoordiger van de platenfirma dat negen van de tien songs op de plaat geschreven zijn in samenwerking met Robert Hunter. Omdat 'My Wife's Home Town' nogal schatplichtig is aan Willie Dixon krijgt die postuum een deel van de credits. Enkel ‘This Dream Of You’ is volledig door Bob Dylan geschreven.

Maandag 20 april zal de promotiemachine op volle kracht beginnen draaien. De plaat wordt dan vrijgegeven voor radiostations en op de Britse TV beginnen spotjes te lopen.
Op de website van Amazon gaat dan ook een video voor 'Beyond Here Lies Nothin’' in première. Het clipje bestaat uit foto's van Bruce Davidson. En het vijfde en laatste deel van de “Conversation with Bill Flanagan” wordt dan gepubliceerd. Dat gebeurt niet langer op Dylan's eigen website, maar op die van CNN.

En op maandag 27 april, samenvallend met het einde van de Europese tournee verschijnt dan Bob Dylans 33ste studioplaat: Together Through Life.

Zoals tegenwoordig gebruikelijk zijn er weer verschillende versies.
Er is natuurlijk de gewone cd, maar daarnaast is er ook een drie- cd Deluxe versie, met op het tweede schijfje de aflevering Friends & Neighbors van Theme Time Radio Hour én een dvd. Daarop staat The Lost Interview, een gesprek met Dylans allereerste manager, Roy Silver, dat werd opgenomen door de documentaire No Direction Home, maar toen niet gebruikt. Tijdens het interview is ook de originele demo te horen van ‘Blowin’ In The Wind’.

Tenslotte is er ook een dubbel-LP met dezelfde songs als de enkele cd. In Amerika, waar alles een dag later verschijnt zit de cd als bonus bij de vinylversie.

De hoes ontworpen door Coco Shinomiya. Zoals eerder gemeld op basis van een foto van Bruce Davidson: "USA. New York City. 1959". De foto maakt deel uit van de collectie "Brooklyn Gang" en was eerder ook al te zien in No Direction Home.
De foto op de achterzijde is van Josef Koudelka en die in het boekje van Danny Clinch.

Dylan heeft minstens een verder interview toegestaan. Op 7 april gaf hij in een hotel in Parijs een interview aan Rolling Stone. Aansluitend vond een fotoshoot plaats in het Parc Monceau. Beide zullen gepubliceerd worden in het meinummer van het Amerikaanse tijdschrift.

maandag 16 maart 2009

Nieuwe cd van Bob Dylan op komst

De geruchten deden al een tijdje de ronde, maar nu is het dan toch officieel: de nieuwe cd van Bob Dylan komt er aan! De plaat heet Together Through Life en ligt vanaf 27 april in de winkels.
Er zal ook een 2-cd versie verschijnen, maar het is nog gissen wat daarop zal staan. Er is sprake van extra's, die niet werden gebruikt voor de documentaire No Direction Home, en misschien ook nog een extra nummer uit de jaren zestig.

De hoes ziet er zo uit:



Natuurlijk zijn er onmiddellijk mensen op zoek gegaan naar de originele foto. Die blijkt te zijn getrokken door Bruce Davidson. De foto heet "USA. New York City. 1959." en maakt deel uit van de collectie "Brooklyn Gang". Meer info daarover kun je hier vinden.

En dit is die originele foto:


Over de plaat zelf is nog niet zoveel bekend. De muzikanten van zijn huidige toerband zouden meespelen, aangevuld met David Hidalgo van Los Lobos op accordeon. Daarnaast worden ook de Heartbreakers Mike Campbell en Benmont Tench genoemd.

Er 10 tracks, waarvan 9 titels zijn gelekt: 'Beyond Here Lies Nothing', 'Life Is Hard', 'My Wife's Hometown', 'Forgetful Heart', 'Shake Shake Mama', 'I Feel A Change Comin' On', 'If You Ever Go To Houston', 'This Dream of You' en 'It's All Good'.

Er is sprake van een texmex geluid.
Ik ben benieuwd.

donderdag 19 februari 2009

Gerry Rafferty leeft!

Dit stond net in de krant:

18 februari 2009:

"De 'vermiste' Gerry Rafferty, die in 1978 een hit scoorde met 'Baker Street', is terecht. Hij zocht inspiratie voor nieuwe liedjes in zijn buitenverblijf in het Italiaanse Toscane.


De 61-jarige Rafferty was al zes maanden vermist, sinds hij op 1 augustus 2008 uit een Londens ziekenhuis verdween. De man, die met een alcoholverslaving kampt, werd vorig jaar in het St. Thomas-ziekenhuis opgenomen na leverfalen. Enkele dagen ervoor had hij nog een hotelkamer vernield in het Westbury Hotel.

Zijn vrienden maakten zich ongerust omdat ze niets meer van Rafferty hoorden. Volgens het Britse blad 'The Guardian' gaat het echter goed met de man en brengt hij deze zomer een nieuw album uit."

donderdag 2 oktober 2008

peerke's plaatjes 3.0



Het is altijd wel iets. Op de ene blogsite krijg ik de wubbe omdat de opmaak me grijze haren bezorgt. Op de andere kan je alleen in theorie reacties zichtbaar maken.
Dus probeer ik het nog eens ergens anders: http://peerke3.wordpress.com/

Voorlopig staat er alleen mijn laatste post van deze site, maar breng gerust eens een bezoekje en laat mij weten wat je er van vindt.

dinsdag 30 september 2008

Gerry Rafferty - Baker Street




Gerry Rafferty - Baker Street

Er zijn van die songs die zo vertrouwd zijn, dat je er gewoon niet meer naar luistert: 'Hotel California', 'Stairway To Heaven', 'Like A Rolling Stone', 'Hey Jude'… klassiekers. Wie er heeft er behoefte aan om ze voor de zoveelste keer te horen?
En toch, meestal is er wel een reden waarom zo een song is uitgegroeid tot een deel van ons collectieve bewustzijn.

Neem nu 'Baker Street' van Gerry Rafferty. Die folksong met een instant herkenbare intro en tweevoudige gitaar- en saxofoonsolo's. Iedereen kent 'm wel. Je kunt ongetwijfeld grote lappen tekst meezingen, maar wat is het refrein?
En heb je ook enig idee waar het over gaat?

Zelfs met de lyrics erbij wordt je nog niet veel wijzer.

Windin' your way down on Baker Street
Light in your head and dead on your feet
Well another crazy day
You'll drink the night away
And forget about everything
This city desert makes you feel so cold.
It's got so many people but it's got no soul
And it's taking you so long
To find out you were wrong
When you thought it had everything

You used to think that it was so easy
You used to say that it was so easy
But you're tryin'
You're tryin' now
Another year and then you'll be happy
Just one more year and then you'll be happy
But you're cryin'
You're cryin' now

Way down the street there's a lad in his place
He opens the door he's got that look on his face
And he asks you where you've been
You tell him who you've seen
And you talk about anything
He's got this dream about buyin' some land
He's gonna give up the booze and the one night stands
And then he'll settle down there's a quiet little town
And forget about everything

But you know he'll always keep movin'
You know he's never gonna stop movin
Cus he's rollin'
He's the rollin' stone

And when you wake up it's a new mornin'
The sun is shinin' it's a new morning
You're goin'
You're goin' home.

Wanneert je de song gaat ontleden merk je pas hoe onconventioneel de structuur ervan is. De twee strofen hebben een ongelijk aantal regels en er is inderdaad helemaal geen refrein. En die dubbele solo is ook erg ongewoon.


He's gonna give up the booze …

Het tragische van de song is de centrale zin: "He's gonna give up the booze and the one night stand."
Dat is hem blijkbaar nooit gelukt.

Gerry Rafferty is namelijk een tijdje geleden verdwenen. "Dat is ie al lang," merkt de grapjas in u op. En u hebt gelijk. Maar toch.

Donderdag 17 juli van dit jaar boekte hij een kamer in het luxueuze vijf sterren hotel Westbury, in Mayfair - hartje Londen. Onmiddellijk trok hij naar de bar waar hij de ene whiskyfles na de andere achterover sloeg.
De volgende dag werd hem de toegang tot de bar verder ontzegd. Daarop sloot hij zich op in zijn kamer.

Pas op maandag kwam hij zijn kamer terug uit… op zoek naar een pub. Het poetspersoneel wou van de gelegenheid gebruik maken om zijn kamer in orde te brengen. Die bleek niet alleen bezaaid met de lege flessen van de mini-bar. Erger was dat er overal plassen urine en vlekken bloed waren. Het bed, het tapijt, zelfs de gordijnen en het behang…alles was besmeurd.

Bij zijn terugkeer werd hem de verdere toegang ontzegd. De directie vreesde dat de Schot zich wel eens dood zou kunnen drinken.
“Hij was niet onbeleefd," verklaart een woordvoerder, haast verontschuldigend: "hij heeft niets opzettelijk vernield of zo. In feite was hij zeer voorkomend, maar de schade was puur het gevolg van incontinentie. Het is intriest dat hij een alcoholicus is en zichzelf zo ten gronde richt.”

Gerry Rafferty heeft blijkbaar al jaren last van lichamelijke problemen, als gevolg van zijn alcoholverslaving.

Hij verklaarde zich akkoord om zich naar een ziekenhuis te laten brengen om er te worden behandeld en om af te kicken. Maar op 1 augustus bleek zijn bed leeg. Hij was verdwenen, zonder iets mee te nemen. Sindsdien is hij spoorloos. Ook zijn familie heeft niets meer van hem gehoord en de poltie noemt de verdwijning "onrustwekkend".


Voor 'Baker Street'

Gerald werd in 1947 geboren in Paisley, Schotland. Van zijn Schotse moeder kreeg hij de liefde mee voor Schotse en Ierse folksongs en van zijn dove Ierse vader erfde hij… grote dorst.
Na het overlijden van zijn vader, moest hij, op zijn zestiende, gaan werken. The Beatles en Bob Dylan brachten hem aan het dromen over een eigen carrière als zanger. Hij zat in allerlei bandjes of probeerde wat bij te verdienen als straatzanger.

Wanneer het folkrock duo The Humblebumbs kwam optreden in Paisley, raapte hij zijn moed bij elkaar en stapte op de mannen af. De zanger, Billy Conolly was onder de indruk van de zelfgeschreven songs die Rafferty hem voorspeelde. Na enig overleg met zijn kompaan, de bluesgrassgitarist Tam Harvey, mocht de jonge Gerry voortaan meedoen.

Het trio deed het erg goed in het circuit van de clubs en de pubs. Conolly wist met zijn grappige bindteksten het rumoerige publiek stil te krijgen waardoor ze ook meer aandacht hadden voor Rafferty's liedjes.

Tam Harvey kreeg er genoeg van en besloot niet mee te verhuizen naar Londen, waar ze een doorbraak willen forceren. Als duo maakten ze twee LP's voor het onafhankelijke platenlabel Transatlantic Records. Hoewel de kritieken goed waren, bleef het grote succes uit. In 1970 besloten ze elk hun eigen weg te gaan. Connolly's grappige introducties waren in de loop van de jaren steeds langer geworden. Hij besloot het te wagen als stand-up comedian. Rafferty werkte het contract met de platenmaatschappij af, met een zelf gefinancierde solo plaat: Can I Have My Money Back.
Met de ironische titel drukte hij de hoop uit dat hij er zijn investering terug uit kon halen. Maar het is twijfelachtig of hem dat is gelukt want opnieuw leken alleen de critici de melodieuze folk-pop plaat te smaken.

Tijdens de opnamen werkte hij niet alleen voor het eerst samen met producer Hugh Murphy, maar ook met een oude schoolkameraad Joe Egan.

Met die laatste vormde hij een nieuwe groep: Stealers Wheel. Na enkele geflopte singles braken ze plots op grote schaal door met 'Stuck in the Middle'. De single bereikte in 1973 de top tien aan beide kanten van de oceaan. Even werden ze genoemd als de opvolgers van de Beatles, met Rafferty in de rol van de melodieuze McCartney.
Maar Rafferty weigerde het spel mee te spelen en te gaan touren in Amerika.
Daardoor deden zowel de debuut-lp, geproducet door het legendarische duo Leiber & Stoller; als de volgende singles het slechts redelijk. Nochtans lagen zowel 'Late again' als 'Star' goed in het gehoor.

Na de tweede LP kwamen artistieke en persoonlijke meningsverschillen bovendrijven. Alle andere groepsleden stapten op. Rafferty en Egan raakten het niet eens of ze de anderen moesten vervangen of als duo verder werken. Rafferty stapte zelfs even uit de band. De opnamen van een derde plaat liepen daardoor een enorme vertraging op. Wanneer Right Or Wrong eindelijk verscheen bleef er niemand meer over om de plaat te promoten.

De platenmaatschappij wou echter niet weten van een split. Er kwamen advocaten aan te pas. Contractuele bepalingen verboden Rafferty en Egan om nieuwe opnamen te maken. Rafferty keerde terug naar Schotland.


City To City

Omwille van zakelijke besprekingen moest hij regelmatig de lange treinrit van Edinburgh naar Londen uitzitten. In de Britse hoofdstad verbleef hij dan vaak bij een vriend in Baker Street.

Terwijl hij zich vroeger had thuis gevoeld in Londen kwam de stad hem nu koud en veel te druk over. Een straatzanger herinnerde hem aan zijn vroegere ik, toen hij nog vol hoop en ambities was. Het leek toen allemaal zo eenvoudig. Maar nu praat hij zichzelf moed in: "Hou het nog een jaar vol en dan ben je er."
Zijn vriend vangt hem op, vraagt hem hoe het is geweest. Maar hij geeft slechts vage antwoorden. Maakt dwaze beloftes: hij zal stoppen met drinken en rotzooien. Misschien zich ergens vestigen en alles achter zich laten. Tegelijk weet hij dat hij dat nooit kan waarmaken: hij zal altijd rusteloos blijven.
In de trein op de terugweg naar Edinburgh maakt hij het nummer af.

Pas in 1977, na drie jaar touwtrekken, raakten de zakelijke beslommeringen uitgeklaard en mag hij terug aan het werk. Op basis van een demo met een zestal songs kreeg hij een nieuw contract bij United Artists.
"Ik wist dat ik een stel goede nummers had geschreven en daarom riep ik Hugh Murphy (de producer van zijn eerste solo-lp) er bij en we gingen opnemen in Chipping Norton. Ik herinner mij dat ik verwachtte dat er van City to City hoogstens 50 000 exemplaren zouden verkocht raken." Het zouden er vijfeneen half miljoen worden.

Murphy en Rafferty verzamelden een groepje bevriende muzikanten om zich heen: drummer Henry Spinetti en bassist Gary Taylor, Tommy Eyre op toetsen en Nigel Jenkins op elektrische slaggitaar.

Voor enkele tracks werd beroep gedaan op gastmuzikanten, zoals gitarist Hugh Burns. "Ik was in die op tournee met Jack Bruce," vertelde Burns in 2002, "dus speelde ik toen in een wat hardere rock blues stijl, die goed paste bij die songs.
Gerry bekeek de songs op verschillende manieren voor hij zich toelegde op het uiteindelijke arrangement. Het was een goede les voor mij om te zien hoeveel zorg er werd besteed om het gewenste resultaat te krijgen.
Het was fijn werken met Hugh Murphy omdat hij een sfeer wist te scheppen waarbij je je op je gemak voelde en op je best kon presteren."
"'Baker Street' was een van de eerste nummers waarop ik meespeelde voor die plaat, "gaat Burns verder. "Het is het geluid van de solo is een Les Paul [gitaar] door een Music man en een Fender versterker. Later deed ik nog 'Right down the line', 'Waiting for the day' en 'Stealin time' - allemaal fantastische songs."

De saxsolo die zo kenmerkend is voor de song, maakte geen deel uit van het oorspronkelijke opzet.
Rafferty wist wel dat er een instrumentaal middenstuk moest komen, maar had geen bepaald instrument in gedachte. Hij probeerde het eerst al neuriend. Daarna werd het op elektrische gitaar uitgeprobeerd. Maar dat was allemaal niet krachtig genoeg. Hugh Murphy stelde voor het op saxofoon te proberen.

Pete Zorn was de eerste keuze. Maar die had zijn lip bezeerd en kon niet spelen. Hij somde wat andere namen op, waarvan de ongewone naam van Raphael Ravenscroft het meest opviel.
Voor de totaal onbekende Ravenscroft werd het zijn afspraak met de geschiedenis: de lange, snerpende uithalen op zijn oude, versleten sexofoon waren perfect voor de song. Achteraf werd hij veel gevraagd door grote namen als Marvin Gaye, ABBA en Pink Floyd.
De riff werd zo kenmerkend dat Ravnscroft jaren later, in interviews, nog wel eens durfde te protesteren dat hij niet mocht meedelen in de auteursrechten.
Rafferty houdt echter vol: "Het was mijn lijn, ik zong het hem voor."
Waarop Ravenscroft dan weer reageert met: "Het was voor het merendeel gewoon een oude blues riff.”

De song is een meesterwerk in pop productie. Met Rafferty's McCartney-achtige zang, een prachtige melodie, gecombineerd met een ongrijpbare tekst. De backing wordt gevormd door een stuwende bas, accenten van celeste en toetsen, en dan telkens opnieuw die sax, die opduikt van achter stevige elektrische gitaren. Zelfs te midden van het punkgeweld slaagde het gesofistikeerde nummer er in om zijn plaatsje op de radio op te eisen. In Engeland strandde het nummer op een derde plaats.

Voor Amerika werd de single stevig ingekort: van 6:01 tot 4:08. En bovendien ook nog eens ietsje versneld. Het resultaat was een top 2 notering.

De LP City To City bereikte wel aan beide zijden van de oceaan de top.


De lange nasleep

Rafferty zelf was niet zo opgezet met die hitstatus: "Ik was blij dat er aandacht was voor de LP. Dat deed mij veel meer plezier dan het succes van de single. Volgens mij staan er sterkere song op de plaat dan 'Baker Street'... anderzijds heeft het een interessante muzikale constructie en dan ook natuurlijk die sax lijn."

Laat u niet verblinden door de prachtige verzorgde productie van Rafferty's platen. De man droeg op het hoogtepunt van zijn roem een button met de waarschuwing "DANGEROUS TIMES AHEAD". En aan Rolling Stone onthulde hij in 1978 dat de rode draad door zijn platen "alienation" is.

Hij weigerde opnieuw om in Amerika op tournee te gaan en beloofde dat er op de volgende LP's geen hitsingles meer zouden staan. En inderdaad, hoewel nog steeds uitstekend, haalden de opvolgers, Night Owl (1979) en Snakes And Ladders (1980) niet meer die topstatus. Hoewel Night Owl nog zo'n - 2,5 miljoen keer van eigenaar veranderde.

Rafferty besteedde zijn tijd en geld liever om de carrière van Richard Thompson terug op het goede spoor te zetten. Zie het verhaal achter diens Shoot Out the Lights (http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/category/1180614/1/Richard+Thompson)

Begin jaren tachtig werd United Artists verkocht aan EMI en Rafferty werd een van de velen in de grote poel artiesten van die grote platenmaatschappij. Hij haalde nog wel een hit als producer van Letter To America van the Proclaimers in 1987, maar zijn eigen platen gingen onopgemerkt voorbij.

Dat kom hem echter niet veel schelen. 'Baker Street' alleen al brengt jaarlijks zo'n tachtigduizend pond binnen. Met dat geld bouwde hij een eigen studio in Kent, waar hij Sleepwalking (1983) - de naam zegt het al - opnam. Daarna hield hij de muziekbusiness voor bekeken. "Ik kwam tot het besef dat ik de wereld had afgereisd en niets had gezien. Het viel me niet moeilijk om alles achter me te laten. Wat ik in de toekomst doe zal op mijn voorwaarden zijn en op mijn tempo."
Eerst trok hij met zijn gezin een jaar naar Italië en daarna na hij hen op sleeptouw kris-kras door de Verenigde Staten.

Maar begin jaren negentig ging het goed fout: zijn vrouw verliet hem en hij kroop in zijn schulp. Nergens leek hij lang te kunnen blijven. De drankduivel, die altijd al prominent in zijn leven aanwezig was geweest kreeg de overhand: hij werd dik en paranoïde. Verschillende keren moest hij worden gehospitaliseerd en bracht lange periodes door in ontwenningsklinieken.

Vele van zijn songs geven hints van zijn gevecht tegen de alcohol. Op Night Owl klinkt het nog: "I should know better, but I can't say no," en op Snakes and Ladders "I'm leavin' the good life behind, too much of nothing every day."

Het lijkt er op dat hij de strijd heeft verloren.


Maar als eerbetoon, nu, nog één keer allemaal samen: "du-didi-dududuuuuuuuu"

vrijdag 26 september 2008

Rootsmuziek van bij ons




Ook dit is rootsmuziek. Geen Americana, maar wel met de wortels stevig verankerd in de grond van de Lage Landen.
Gé reinders, uit Roermond, met een blaasorkest uit Friesland erbij.
Heerlijke muziek vind ik dit.

vrijdag 19 september 2008

Nick Drake postuum



NICK DRAKE POSTUUM


Volgend jaar zal het 35 jaar geleden zijn dat de Britse singer-songwriter overleed. Toch is de man, die tijdens zijn leven nog geen vijftienduizend platen heeft verkocht, populairder dan ooit. Er gaat geen maand voorbij of in de een of andere recensie van een singer-songwriter wordt verwezen of gerefereerd naar het werk van Nick Drake. Denk maar aan Beck, Elliott Smith, Damian Rice, David Gray of Kings Of Convenience.

Daar zijn een aantal redenen voor.

In de eerste plaats is er natuurlijk Nick Drake zelf: zijn warme stem, zijn uitzonderlijk mooie en vloeiende gitaarspel en de prachtige composities die hij schreef. Komt daarbij zijn tragische dood op jonge leeftijd. Mensen houden ervan wanneer hun helden jong sterven.

Een niet te verwaarlozen factor is ook het talent en de aandacht van de mensen die hem hielpen om zijn platen te maken. Vergelijk zijn platen maar eens met die van gelijkaardige artiesten die in diezelfde periode werden opgenomen: Roy Harper bijvoorbeeld. Verantwoordelijk daarvoor is geluidstechnicus John Wood, maar ook producer Joe Boyd en arrangeur Robert Kirby.

Het was ook Joe Boyd die er voor zorgde dat zijn platen steeds verkrijgbaar bleven. Toen hij in 1972 zijn Witchseason Productions verkocht aan Island records, was dat een van de voorwaarden die hij stelde. Chris Blackwell hield zich daaraan. Toen die op zijn beurt zijn platenmaatschappij verkocht aan PolyGram stipuleerde ook hij dat hij persoonlijk zijn goedkeuring moest geven welke platen mochten worden geschrapt uit de catalogus.
Daardoor bleef de interesse in Nick Drake toenemen. Telkens iemand als Paul Weller, Peter Buck van REM, of Kate Bush zijn naam liet vallen in een interview had de lezer de kans om een plaat van de zanger te gaan kopen.
"Eens je overtuigd bent laat zijn muziek je nooit meer los," meent Joe Boyd. "En mensen die hem ontdekt hebben vertellen weer anderen over hem. Er is nooit veel promotie geweest - een beetje wel - maar nooit een echte campagne lijk voor een nieuwe artiest of zo. Ik denk dat, over het algemeen, er ieder jaar meer van zijn platen worden verkocht."


Naast de drie platen die tijdens zijn leven verschenen zijn er een tiental heruitgaven en compilaties verschenen. Soms met onuitgebracht materiaal of met een verbeterde kwaliteit.
En precies over die postume releases vindt u hier een overzicht.

De basis zijn dus de drie LP's die Nick Drake opname tussen 1968 en 1971.

Zijn debuut, Five Leaves Left, verscheen in juli 1969. Met het debuut van Leonard Cohen als voorbeeld experimenteert Boyd met steeds wisselende bezettingen van twee tot drie gastmuzikanten. De akoestische bas van Pentangle bassist Danny Thompson is een constante. Daarnaast zijn er bijdragen van Fairport Covention gitarist Richard Thompson, de Amerikaanse jazzpianist Paul Harris of celliste Clare Lowther.

Voor de tweede plaat koos Boyd een andere aanpak. Nick weet de tegenvallende verkoop aan het pastorale geluid. De sound werd wat lichter en meer jazzy door de toevoeging van een ritmesectie en blazers. "Het was wat meer pop," geeft Boyd toe, "Ik zag het als wat commerciëler."
'Northern Song' klinkt zelfs als een gemiste hitsingle.
Bryter Layter verscheen in november 1970. Maar opnieuw bleef het verwachte success uit.

Daarom wou Nick voor zijn derde LP geen inbreng meer van andere muzikanten. Pink Moon nam hij helemaal solo op, enkel met de hulp van de geluidstechnicus John Wood, tijdens twee nachtelijke sessies in oktober 1971. Je hoort alleen maar Nick Drake: zijn stem en zijn gitaar. Er is slechts één overdub: een piano op het titelnummer, ook door hem bespeeld.

Nadat ook die plaat onopgemerkt was gebleven, zakte de jongeman weg in een diepe depressie. Hij ging terug bij zijn ouders wonen en zocht met niemand nog contact.

Op 25 november 1974 overleed Nick Drake aan een overdosis slaappillen. Hij was amper 26 jaar oud.


Fruit Tree - versie 1

Vijf jaar na zijn dood, vond Joe Boyd dat de reputatie van de singer-songwriter zo was gegroeid dat er genoeg belangstelling moest bestaan voor een heruitgave van zijn werk. Zeer ongewoon voor die tijd was dat er werd gekozen voor een box set met daarin het complete oeuvre.

Fruit Tree verscheen in maart 1979, bij Island Records. Bij de box zat naast de drie vinylplaten ook een uitgebreid boekje met een uitstekende biografie door Arthur Lubow, de teksten van alle songs, plus wat foto’s.

Interessant was dat er vier nieuwe songs waren opgedoken.

Toen Boyd begin 1974 terug was gekeerd naar Londen had hij had Nick Drake hem gecontacteerd. Boyd dacht dat een nieuwe plaat hem misschien uit zijn isolement zou kunnen halen en stelde daarom voor om terug wat te gaan opnemen. Tijdens een eerste sessie in maart 1974 namen Drake en Wood enkel wat backing tracks op. Bij een tweede sessie in juni, in aanwezigheid van Boyd, voegde hij daar zang aan toe. Niemand weet of hij er plots genoeg van had, of simpelweg geen songs meer over had, maar er kwam nooit meer een vervolg.

Van het handjevol songs dateerden er twee (minstens gedeeltelijk) uit 1969: 'Black Eyed Dog' en 'Voice From A Mountain'. Dat eerste nummer had net zo goed van Robert johnson kunnen zijn: "A black eyed dog he called at my door / The black eyed dog he called for more".
De andere twee zijn: 'Rider On The Wheel' en 'Hanging On A Star'.
Niet alle songs zijn even sterk, maar wel geven ze een beeld van zijn gemoedstoestand.
De vier nummers werden snel even gemixt op een 7" mono beluister tape en, ondanks het protest van John Wood, aan kant twee van Pink Moon toegevoegd.

De set verkocht tamelijk goed, maar de productie werd na vier stopgezet.




Heaven In A Wild Flower

In plaats daarvan werd, in mei 1985, voor het eerst een compilatie uitgebracht van het werk van Nick Drake: Heaven In A Wild Flower: An Exploration of Nick Drake. De titel is een regel uit het gedicht Auguries of Innocence van William Blake.
Samensteller van dienst, Trevor Dann, producer van het invloedrijke BBC tv-programma The Old Grey Whistle Test, maakt een mooie keuze uit de nummers van de drie LP's.

Dit was mijn eerste kennismaking met het werk van Nick Drake. De beknopte biografie van ene Ian Cranna op de achterzijde lichtte een tipje van de sluier over het leven van de man achter de mooie, droeve liedjes.
Het was jarenlang de enige literatuur die er over hem te vinden was. De biografie van Patrick Humpreys verscheen pas 12 jaar later. En de tweede biografie, Darker Than The Deepest Sea, van diezelfde Trevor Dann volgde pas begin 2007.
Daarnaast is er ook nog een lang artikel van Ian MacDonald, dat in januari 2000 verscheen in Mojo onder de titel Nick Drake: Exiled From Heaven.




Fruit Tree - versie 2 en Time of No Reply

In de zomer van 1985 doorzochten Joe Boyd, Trevor Lucas en Frank Kornelussen de Island archieven in Cropredy. Trevor Lucas is de ex-man van Sandy en medemuzikant bij een aantal van haar LP’s.
Frank Kornelussen is hoofdredacteur van het Richard Thompson fanzine Flypaper.
De bedoeling was een Sandy Denny box set samen te stellen. Maar tijdens hun zoektocht stoten ze op een aantal ongebruikte opnamen van Nick Drake.

“Terwijl we de banden doorzochten in de Island archieven, vonden Joe Boyd en ik de originele master banden van de meeste van Nick’s sessies” vertelt Frank Kornelussen.
“[Frank] was diegene die maar bleef rondneuzen en zeggen, 'Laat ons alles doorzoeken'.” meent Joe Boyd. “We waren in de studio waar we wat banden van Sandy beluisterden, nota’s maakten en ruwe mixen en kopieën. Frank kwam binnen en zei ’Wat is dit? Kijk hier eens...' En het waren vier tracks van Nick Drake met 'Untitled' of 'Song No.1' en ik zei, 'Ik weet niet wat het is'. En dat was dan 'I Was Made To Love Magic' of 'Mayfair' of zo iets.”

Alles bij elkaar vinden ze vijf outtakes van de Five Leaves Left sessies. Vier daarvan zijn nooit gearrangeerd of overdubd. Ze zijn puur Nick, dikwijls op band gezet in één of twee takes. Om de een of andere reden besloot Nick er niet verder aan te werken. Waarschijnlijk schreef hij voortdurend nieuwe nummers, terwijl de sessies verspreid over verschillende maanden vorderden. Door de solo uitvoering lijkt het wel alsof het Pink Moon outtakes zijn.
De songs zijn 'Man In A Shed' en 'Mayfair' van 10 oktober 1968, 'Joey' en 'Clothes Of Sand' van 11 november 1968 en tenslotte 'Time Of No Reply' van 20 december 1968.

Daarnaast zijn er ook drie nummers die werden opgenomen met een orkest in arrangementen van Richard Hewson. 'I Was Made To Love Magic', 'Thoughts Of Mary Jane' en 'Day Is Done'. Nick had de arrangementen afgekeurd. Hij meende dat zijn schoolvriend Robert Kirby het beter kon. Bij gebrek aan een beter voorstel besloot Boyd hem een kans te geven en tot zijn verbazing pakte de samenwerking prachtig uit.
Terwijl de laatste twee nummers opnieuw werden opgenomen, is dit de enige versie van 'I Was Made To Love Magic'.


Maar een stuk of acht "nieuwe" songs is wat weinig om uit te brengen. Joe Boyd heeft wel nog een cassette met songs die Nick thuis heeft opgenomen, in Tanworth-In-Arden. Deze "Work in progress tape", dateert vooral uit einde 1967, begin 1968 - de aanloop naar zijn eerste plaat:

Nick nam vaak nummers op band op, toen hij nog thuis woonde. Zijn favoriete plaats om te oefenen was een oranje leunstoel, waarin hij uren zat te spelen en te componeren. Hij werkte liefst ’s nachts. Dikwijls, wanneer hij aan iets aan het werken was, ging hij helemaal niet slapen. "Ik hoorde hem dan de hele nacht rondlopen,’ vertelde zijn moeder Molly "Hij leed aan slapeloosheid. Ik denk dat hij zijn mooiste melodieën in de vroege ochtenduren schreef.”

"[In de jaren na zijn dood] begonnen mensen pelgrimstochten te maken naar het huis van zijn ouders," legt Joe Boyd uit."Nick’s vader was altijd zot geweest van experimenteren met de bandopnemer en dus gaf hij soms een cassette mee, met een compilatie van spullen die Nick had achtergelaten."
De geluidskwaliteit is niet optimaal, maar de inhoud is onthullend.

Op kant 1 staan zes originele nummers van Nick: ‘Princess of the Sand’ (of 'Strange Meeting II), ‘A Season’ (ook gekend als 'Strange Meeting I' of 'Bird Flew By'), ‘To the Garden’, ‘Joey’, ‘(My Love Left With The) Rain’ en ‘Blossom’.
Kant 2 bestaat grotendeels uit covers: een aantal traditionals en verder een nummers van tijdgenoten als Bob Dylan, Jackson C. Frank en Bert Jansch.
De cassette sluit af met een stukje monoloog waarop Nick zijn bedenkingen verwoord over een paar onderwerpen: interessante mensen; de late uren; dronken rijden; leugens, waarheid en pijn; het ochtendlicht; enz..

Joe Boyd had al jaren een kopie van de cassette, maar vond de kwaliteit te zwak, met veel “wow and flutter and static.”
Maar wanneer hij de originele band meenam naar Londen en hem daar afspeelde op professionele apparatuur bleek veel van de verstoring aan de kopie te wijten. De kwaliteit van de stem en het gitaarspel kwamen weer boven.

Ondanks zijn eerdere bezwaren besloot Boyd dat er toch spullen bij waren die de moeite waard zijn om uit te brengen - eens ze digitaal zijn gezuiverd. Drie songs worden geselecteerd: de eigen composities ‘Joey’ en een vroege versie van 'Fly' (van een andere band, uit 1969), plus ‘Smoking Too Long’ waarvan de auteur dan nog onbekend is.


Ook de vier nummers songs uit 1974 worden terug van Pink Moon gehaald. Alles samen voldoende voor een "vierde plaat": Time of No Reply. Op twee na zijn alle songs de pure Nick Drake: alleen gitaar en zang.

In augustus 1986 verschijnt de nieuwe versie van de Fruit Tree box op Hannibal, het nieuwe label van Joe Boyd. In de box zitten de drie oorspronkelijke platen - deze keer opnieuw in hun oorspronkelijke hoezen, het Fruit Tree boekje, plus Time Of No Reply.


Dat jaar bestaat de platenmaatschappij Island Records 25 jaar - een mooie gelegenheid om een flink stuk van de catalogus uit te brengen op cd. Op uitdrukkelijk verzoek van de grote baas, Chris Blackwell, krijgen de platen van Nick Drake en Sandy Denny ook de eer de overgang te maken naar het digitale tijdperk. Omdat er echter per maand maar zo'n twintig platen van die mensen worden verkocht, kan er niet veel geld aan worden besteedt. Daarom worden de EQd master tapes gewoon overgezet op cd.

Time of No Reply volgt in maart 1987 als afzonderlijk cd. Het gebrek aan budget is duidelijk af te lezen aan het hoesje: er is zelfs sprake van kant 1 en kant 2.






Way To Blue

In de jaren negentig wordt Island Records opgekocht door PolyGram. Gelukkig behoudt Chris Blackwell het veto over welke titels er van zijn vroeger catalogus mogen worden geschrapt. Terwijl het werk van artiesten als Tim Buckley of Fred Neil nergens meer te verkrijgen is, blijven de platen van Nick Drake daardoor steeds beschikbaar voor de potentiële kopers.

Joe Boyd had altijd al een afkeer gehad van de compilatie Heaven In A Wild Flower. Hij stelt voor een nieuwe compilatie te maken, speciaal voor cd. Dat wordt Way To Blue, uitgebracht in oktober 1994. Daarop staan zestien songs, veelal geselecteerd uit de drie officiële platen, maar met ook enkele tracks uit Time Of No Reply.


Remasters

Omdat alle songs op Way Too Blue zoveel beter klinken dan de versies op de oude cd's wordt besloten de drie LP's ook opnieuw te remasteren. Dat project is het stokpaardje van Martin "Cally" Calliman.
Cally, de vroegere manager van Julian Cope, was kort daarvoor bij Island begonnen als Creative Director. Hij is een grote fan van Nick Drake en wordt door Nick's zus Gabrielle beschouwd als de drijvende kracht achter alle volgende releases van zijn werk.

Hij heeft altijd al gevonden dat de oorspronkelijke cd's geen recht deden aan het geluid dat er eigenlijk op band stond. Daarom keert hij met John Wood terug naar de oorspronkelijke achtsporen banden en maakt 24-bits remaster van de drie oorspronkelijke LP's.
Deze verschijnen in 2000. Net op tijd, want in Amerika heeft Volkswagen 'Pink Moon' gebruikt in een reclamespotje. Hierdoor ontdekt een hele nieuwe generatie de vergeten singer-songwriter. Er worden dat jaar meer platen van Nick Drake verkocht dan in de twintig voorgaande jaren samen. Hij belandt zelf in de top 5 van de best verkochte artiesten op amazon.com.





Made To Love Magic

In mei 2004 verschijnt Made To Love Magic - in wezen een verbeterde versie van Time Of No Reply. Cally heeft er, samen met Gabrielle Drake, John Wood en Joe Boyd lang aan gewerkt. Het oorspronkelijke omzet was om een geremasterde versie van die outtakesplaat te maken uit te brengen. Maar dan in een betere hoes, zonder de twee pre-Island tracks en met een paar nieuwe studio outtakes toegevoegd.

John Wood was blij dat hij de laatste vier songs eindelijk recht kon doen door ze fatsoenlijk te mixen. Tot zijn verbazing stond er achter aan de band nog een vijfde song: 'Tow The Line'. Uit terug gevonden nota's van Drake bleek nu ook dat deze vijf songs samen kant 1 van een vierde LP zouden vormen.

Daarnaast wordt '(I Was Made to Love) Magic' en 'Time Of No Reply' voorzien van de originele, door Nick goedgekeurde arrangementen van Robert Kirby.
Kirby kwam ook aandragen met enkele gitaar en zang demo's die Nick hem in 1968 had bezorgd om zijn arrangementen te schrijven.

Al bij al, een mooie aanvulling op de bestaande catalogus, maar uiteindelijk niets wereldschokkend nieuw.



A Treasury

Voor de audiofielen verschijnt later dat jaar, in oktober 2004, voor het eerst een SACD (Super Audio Surround Sound) van Nick Drake. Daarvoor wordt een nieuwe compilatie van 15 tracks samengesteld uit de drie platen, plus Made To Love Magic. Als extraatje zit er aan het eind nog een bonus: een fragmentje van dertig seconden van 'Plaisir D'Amour'. Onze Amerikaanse vrienden wordt dat plezier echter ontzegd, want daar ontbreek het aardigheidje.





Family Tree

In juli 2007 volgt een tweede nieuwe outtakes compilatie: Family Tree. Het team van Made To Love Magic heeft er zes jaar aan gewerkt.

Zij hadden de beschikking over een dozijn banden. Niet alleen de fameuze 'Work In Process' banden, maar ook een nog oudere bandopname van Nick opgenomen in Aix-en-Provence. Door de aard van het materiaal zijn er een groot aantal covers.

Verder zijn er ook opnamen van enkele nummers van Nick's moeder, Molly en enkele stukjes klassieke muziek, gespeeld door de familieleden (met Nick op klarinet) en zelf wat gesproken woord fragmentjes.
Vele van deze nummers zijn zelfs voor de meest hardnekkige fans nieuw.

Alle banden werden afgespeeld op Nick's oorspronkelijke Beocord bandopnemer en dan digitaal overgezet. Hoewel enkel de meest kwaliteitsvolle opnamen werden geselecteerd, blijven er toch grote kwaliteitsverschillen hoorbaar.
"We hebben ons best gedaan met het materiaal dat we hadden," licht John Wood toe: "Ik had 170 items - sommige songs doken op verschillende banden op. We kregen een kopie van een kopie van een kopie. De enige manier waarop we iets konden doen was met Pro Tools. We zetten het dus allemaal over op Pro Tools, en synchroniseerden dat dan allemaal om te kijken wat de beste versie was. Soms plakten we een stukje van de ene track aan een andere toe.
Het had geen zin om alle tracks eenzelfde sound mee te geven, omdat ze van zo een verschillende bronnen afkomstig waren."

John Wood heeft zo zijn bedenkingen over het concept. "Maar," zo legt hij uit: "al snel nadat Nick's vader die compilatie cassettes begon uit te delen, begonnen mensen er bootlegs van te maken en er geld mee te verdienen. Uiteindelijk is het de bedoeling van deze plaat om de mensen die op zoek zijn naar die spullen die als bootleg verkrijgbaar zijn, het materiaal aan te bieden in een fatsoenlijke geluidskwaliteit."

Gek genoeg werd Family Tree de eerste plaat van Nick Drake die in Billboard wordt genoteerd. Een teken van de toegenomen populariteit van de zanger.




Fruit Tree - versie 3

In november vorig jaar verscheen bij Island Records de derde versie van de Fruit Tree box set. Er is dan ook veel aandacht aan besteedt. De drie 24 bits geremasterde cd's zitten elk in een perfecte miniatuur replica van de oorspronkelijke hoes. Het vierde schijfje is een dvd, getiteld: A Skin Too Few. De titel is een verwijzing naar een uitspraak van Gabrielle: "Zijn huid was niet dik genoeg om het te halen in dit leven."

De 48 minuten lange film dateert uit 2000 en is een werkstuk van Jeroen Berkvens. In zijn documentaire gaat de Nederlandse filmmaker op zoek naar sporen die de dodelijk verlegen jongeman heeft nagelaten. Het blijken er bitter weinig te zijn. Slechts één niets zeggend interviewtje, wat brieven, een paar foto's...

De film is opgedeeld volgens de verschillende fasen van leven van de romantische antiheld: van Birma, over Tanworth-in-Arden, naar Londen, met tussenstops in Oxford, Marokko en Frankrijk. Er zijn vele mooie momenten: Gabrielle leest een gedicht van haar moeder voor, er zijn oude familiefilmpjes, en landschapsbeelden…. Fascinerend is een scène waarbij John Wood en Robert Kirby in de Abbey Road studio 'At The Chime Of The City Clock' laag voor laag ontrafelen en analyseren.
Daarnaast zijn er vele stemmen van mensen rondom hem: collega-muzikanten, zijn ouders en zus, schoolvrienden… Maar net als in de diverse biografieën: tot de kern komen we nooit. Nick Drake blijft een schim.

Naast die vier schijfjes zit er in de doos ook een vrij dik boekje. Daarin geven John Wood, Joe Boyd en Robert Kirby verhelderende toelichtingen over het de opnamen van de verschillende albums en elke song afzonderlijk. De journaliste en muzikante Robin Frederick gaat in op de songs zelf.
Zij is de mysterieuze componiste van 'Been Smokin Too Long' en heeft een tijdje met Nick opgetrokken tijdens zijn maandenlange verblijf in Aix-en-Provence.

Alle teksten zijn ook opgenomen in het boekje, plus de oorspronkelijke biografie door Arthur Lubow uit de eerste uitgave van de box set. Martin "Cally" Calliman lijdt het geheel in met een essay over de veranderingen die in die periode plaats vonden in de studio's en opnametechnieken.

Mogelijk heeft John Wood zijn veto uitgebracht tegen het insluiten van een van de twee cd's met outtakes. Maar die blijven afzonderlijk verkrijgbaar, zodat dit de definitieve versie is om al het moois van Nick Drake in huis te halen.

Zoals Bart Steenhaut schreef in de Morgen: "Drie cd's, 31 nummers en amper twee uur muziek. Genoeg om van Nick Drake een van de invloedrijkste figuren uit zijn tijd te maken."